Het cijfer stond in het rood op het scherm. Achtendertig procent.
Vorig jaar was het nog vijftig. De directeur keek de tafel rond en stelde de vraag die in elke kwartaalbespreking valt zodra een cijfer rood kleurt: wat gaat er mis met onze offertes?
Niemand had een antwoord. Want er ging niets mis; het team schreef precies even goede offertes als het jaar ervoor. Alleen schreef het ze aan andere klanten, over andere diensten. En de vraag die er wél toe deed, stelde niemand: waarom schreven we ze eigenlijk?
Stel dat de auto waarmee u naar kantoor rijdt één meter op het dashboard had. Snelheid, toerental, motortemperatuur en brandstof, samengevoegd tot één gemiddelde. Kleurt die meter rood, dan weet u niet of u te hard rijdt of zonder benzine komt te staan. Niemand wil zo rijden. Maar zo sturen de meeste bedrijven wel op hun offerteconversie. Als ze er al op sturen.
Een matrix uit 1957
In 1957 publiceerde Igor Ansoff in de Harvard Business Review een eenvoudig schema om groeistrategieën te ordenen. Twee assen: bestaande of nieuwe markten, bestaande of nieuwe producten. Vier vakken die vrijwel elke student bedrijfskunde heeft getekend, meestal op het tentamen en daarna nooit meer.
En dat is zonde. Want wie de matrix van de strategie naar de offerte haalt, ziet iets wat in geen enkel CRM-rapport staat: niet elke offerte is dezelfde offerte. Een voorstel aan een klant die u al tien jaar bedient, voor een dienst die u al tien jaar levert, is een ander document dan een voorstel aan een onbekende klant voor iets wat u nog nooit hebt geleverd. Het vraagt een ander verkoopproces. En het wint met een andere kans.
De matrix aan de offertetafel
| Bestaande dienst | Nieuwe dienst | |
|---|---|---|
| Bestaande klant | § 01PenetratieDe klant kent u en kent de dienst. | § 02ProductontwikkelingDe klant kent u, maar niet wat u nu aanbiedt. |
| Nieuwe klant | § 03MarktontwikkelingDe dienst is bewezen, alleen niet bij hem. | § 04DiversificatieNiets is bewezen, niet u en niet de dienst. |
Vier offertes, niet één
Het verschil tussen de vakken zit in wat de klant nog moet geloven voordat hij tekent. Dus ook in wat uw offerte moet doen.
Wat elke offerte moet doen
| Kwadrant | Wat de klant nog moet geloven | Wat de offerte doet |
|---|---|---|
| § 01 · PenetratieBestaande klant, bestaande dienst | Weinig. De waarde is al bewezen. | Bevestigt. Kort, met verwijzing naar wat u samen hebt bereikt. |
| § 02 · ProductontwikkelingBestaande klant, nieuwe dienst | Dat u dit óók kunt. | Slaat een brug. Eén referentie of pilotresultaat is vaak genoeg. |
| § 03 · MarktontwikkelingNieuwe klant, bestaande dienst | Dat hij ú kan vertrouwen. | Wint vertrouwen. Bewijs uit zijn eigen wereld, en een gesprek met wie tekent. |
| § 04 · DiversificatieNieuwe klant, nieuwe dienst | Alles. | Laat zien waarom u dit doet, en verkoopt een eerste stap die hij kan overzien. |
In kwadrant één ligt het grootste risico niet in verliezen, maar in vergeten. De klant kent u al jaren, dus de offerte wordt een prijsopgave en de korting komt uit gewoonte. Niemand schrijft nog op wat u samen hebt opgebouwd. En wie zijn waarde niet laat zien, verkoopt op prijs. Zo betaalt uw trouwste klant vaak het minst voor het werk dat u het best beheerst.
In kwadrant drie en vier staat de klant voor de drempel die in elke koopbeslissing ligt. Kan ik deze partij vertrouwen? Snappen ze mijn situatie? Ga ik hier spijt van krijgen? Wie die vragen onbeantwoord laat, wordt niet eens serieus gewogen, hoe sterk de rest van het voorstel ook is. En in kwadrant vier is de eerlijkste offerte meestal de kleinste. Wie daar het hele huis verkoopt, verkoopt niets.
Wat het gemiddelde verzwijgt
Neem een bedrijf dat veertig offertes per jaar uitbrengt. Stel dat de conversie per kwadrant zo ligt: zestig procent bij bestaande klanten voor een bestaande dienst, veertig bij bestaande klanten voor iets nieuws, twintig bij nieuwe klanten voor een bewezen dienst en tien bij nieuwe klanten voor iets nieuws. Dat zijn geen normen uit de markt. Het zijn aannames om het mechanisme te laten zien, en uw eigen getallen liggen anders.
Vorig jaar zat de mix vooral links boven. Dit jaar staat er op pagina zeven van het jaarplan, onder het kopje Groei, dat het bedrijf nieuwe markten wil openen met een nieuwe dienst. Het team doet wat er staat.
Rekenvoorbeeld · veertig offertes per jaar
| Kwadrant | Conversie | Vorig jaar | Dit jaar |
|---|---|---|---|
| § 01 | 60% | 25 offertes, 15 orders | 15 offertes, 9 orders |
| § 02 | 40% | 10 offertes, 4 orders | 10 offertes, 4 orders |
| § 03 | 20% | 5 offertes, 1 order | 5 offertes, 1 order |
| § 04 | 10% | 0 offertes | 10 offertes, 1 order |
| Totaal | 40 offertes, 20 orders: 50% | 40 offertes, 15 orders: 38% |
De conversie per kwadrant is een aanname om het mechanisme te laten zien, geen norm uit de markt.
Elk kwadrant presteert dit jaar precies even goed als vorig jaar. Geen verkoper is slechter gaan schrijven. En toch zakt de totale conversie van vijftig naar achtendertig procent.
Natuurlijk zijn vijf orders minder ook echt vijf orders minder, en die voelt u in de omzet. Maar wie dat verlies in één getal leest, trekt de verkeerde conclusie: dat het team slechter verkoopt, terwijl het precies deed wat de directie vroeg. Een gemiddelde zonder mix is een vanity metric, het zegt niks.
Waarom uw team vanzelf naar kwadrant één zakt
Stuur op één conversiecijfer en uw verkopers doen wat ieder verstandig mens doet. Ze kiezen de kansen die het cijfer omhoog trekken. De verlenging. De uitbreiding met nog twintig werkplekken. De offerte die in een middag klaar is en negen van de tien keer getekend terugkomt.
Een nieuwe dienst bij een nieuwe klant is het tegenovergestelde. Maanden werk, een onzekere uitkomst, en als het misgaat staat het rood in het kwartaaloverzicht. Wie daar zijn nek uitsteekt, wordt afgestraft door het cijfer waarop hij wordt beoordeeld.
Dat is geen luiheid. Het is rationeel gedrag in een systeem dat het verkeerde meet. Het zijn ook niet de verkopers die de moeilijke deals laten liggen, maar de bonusregeling. Meestal is die ooit in één middag opgesteld door een controller en de toenmalige salesmanager, en wordt hij sindsdien elk jaar keurig geïndexeerd…
Ruud en Sandra
De vier kwadranten vragen bovendien om verschillende mensen. In de verkoop spreekt men meestal van de farmer en de hunter. Sean O’Shaughnessey voegt er onder meer de trapper aan toe: de planner die het bedrijf van de klant bestudeert lang voordat er een vraag ligt. Leg die typen naast de matrix en we komen uit op vier types: de farmer, de hunter, de adviseur en de idealist.
Wie past bij welk kwadrant
| Kwadrant | Wie | Waar die goed in is |
|---|---|---|
| § 01 · PenetratieBestaande klant, bestaande dienst | De farmer | Verzorgt de relatie en oogst wat er al groeit. |
| § 02 · ProductontwikkelingBestaande klant, nieuwe dienst | De vertrouwde adviseur | Brengt iets nieuws bij een klant die hem al vertrouwt. |
| § 03 · MarktontwikkelingNieuwe klant, bestaande dienst | De hunter | Opent deuren bij onbekende klanten, met een dienst die zich al bewezen heeft. |
| § 04 · DiversificatieNieuwe klant, nieuwe dienst | De idealist | Gelooft in iets wat nog niet bestaat, en houdt dat vol. Een hele lange adem en een groot incasseringsvermogen. |
Wie met DISC werkt, herkent ze waarschijnlijk. De farmer is vaak een S, stabiel en loyaal. De vertrouwde adviseur heeft veel C, want zorgvuldigheid maakt het nieuwe geloofwaardig. De hunter is meestal een D. En de idealist is vaak een I, met een flinke dosis D om het vol te houden. Zo’n profiel is niet in beton gegoten, maar het helpt wel om de juiste mens op de juiste offerte te zetten.
Neem Ruud en Sandra, twee verkopers van datzelfde bedrijf. Ruud is een farmer. Hij bedient al vijftien jaar dezelfde zes klanten en weet bij elk van hen hoe de kinderen van de directeur heten. In kwadrant één is hij goud waard. Zet hem in kwadrant vier en hij komt na drie weken terug met de mededeling dat die klant er nog niet aan toe is.
Sandra is de idealist. Ze zit al drie maanden achter een woningcorporatie aan die nog nooit van het bedrijf heeft gehoord. Over de dienst praat ze er nauwelijks. Ze praat over de huurders: wat er voor hen verandert als de corporatie dit goed regelt. Ze kreeg twee keer nee en plande toch een derde gesprek. Daar krijgt zij energie van. En de directeur van de corporatie ook.
Die idealist zou u moeten koesteren. Maar de meeste teams maken het onderscheid niet. Iedereen dezelfde omzetdoelstelling, dezelfde bonus, dezelfde pijplijn. En dan pakt niemand de moeilijke deals op, behalve de Sandra’s van deze wereld. Die worden gezien als de dromers. Die vertrekken na twee jaar naar een bedrijf dat ze wel begrijpt.

Wat de klant in kwadrant vier koopt
Hier zit de paradox. Kwadrant vier heeft de laagste conversie en vaak de hoogste waarde.
Want wie in kwadrant vier ja zegt, koopt geen bewijs. Dat is er nog niet. Hij neemt risico op iets nieuws, bij een partij die hij nog niet kent. Geoffrey Moore noemde die groep in Crossing the Chasm de early adopters: klanten die vooroplopen en daar ook graag om bekendstaan. Zo’n klant tekent niet voor een referentielijst. Hij tekent omdat hij herkent waarom u hieraan begonnen bent.
Dat maakt de offerte in kwadrant vier een ander soort document. Er staat drie keer waarom in. Waarom u deze dienst hebt gebouwd, en wat u ermee wilt brengen. Waarom juist deze klant ermee voorop wil lopen. En wat het betekent voor zíjn klanten, de huurders van Sandra’s corporatie. Ontbreekt er één, dan valt de offerte terug op specificaties. En op specificaties verliest u in kwadrant vier vrijwel altijd, want daar heeft u nog niets te laten zien.
En soms ontbreekt er één die u niet kunt repareren. Kwadrant vier is ook death valley. Vaak lukt het niet om met een nieuwe dienst een nieuwe markt te betreden, omdat het merk daar niet sterk genoeg is. Of omdat merk en markt niet bij elkaar passen, of merk en dienst. Daar helpt geen idealist en geen betere offerte tegen. Op tijd stoppen is dan geen nederlaag maar een sterke keuze, want wie dat durft, houdt zijn idealist over voor de markt waar het merk wel past.
Eén ja in kwadrant vier opent bij diezelfde klant de deur naar de andere kwadranten. Na de eerste opdracht is hij een bestaande klant, en ligt de volgende offerte in kwadrant één of twee. Bovendien werkt zijn naam in de markt. Een koploper die voor u kiest, beantwoordt voor de volgende klant al een deel van de vraag wat zijn collega’s ervan zullen zeggen. Zo voedt kwadrant vier kwadrant drie.
Die ene order uit tien offertes in de rekensom hierboven is dus niet de zwakste van het jaar. Het is misschien wel de belangrijkste. Want daar bleek dat het bedrijf iets te brengen had.
Vier meters op het dashboard
Begin bij de administratie, want daar begint het zien. Geef elke offerte die de deur uitgaat een kwadrant mee. Eén veld in het CRM, of een extra kolom in de spreadsheet als uw offertes nog uit een map met Word-bestanden komen. Na een half jaar heeft u vier conversiecijfers in plaats van één. Dan ziet u welk deel van een daling uit de mix komt en welk deel uit het werk.
Beoordeel de kwadranten daarna niet langer met dezelfde maat. Een dalende conversie in kwadrant één is een alarmsignaal, want daar zou u bijna niet moeten verliezen. Tien procent in kwadrant vier kan een uitstekend resultaat zijn.
En spreek vooraf af hoeveel offertes u per jaar in elk kwadrant wilt uitbrengen, en waarom. Dat is geen keuze van de verkopers maar een strategische, en hij hoort aan de directietafel. Daar wordt immers ook pagina zeven van het jaarplan geschreven.
Als vuistregel houden wij aan: zeventig procent van de offertes in kwadrant één, vijftien in kwadrant twee, tien in drie en vijf in vier. Dat is geen norm uit onderzoek maar een regel uit de praktijk. Bestaande klanten behouden rendeert meestal beter en kost minder dan nieuwe klanten werven, dus daar hoort het zwaartepunt. En vijf procent klinkt weinig, maar elke offerte in kwadrant vier vraagt een hele lange adem. Het bedrijf uit de rekensom legde dit jaar een kwart van zijn offertes in kwadrant vier. Dat kan, als het een bewuste keuze is. Maar dan heeft het meer dan één Sandra nodig.
Dit is minder eenvoudig dan het klinkt. Bij sommige offertes is het een hele discussie of een dienst nieuw is of een variant op iets bestaands. Alleen is dat precies het gesprek dat een team zou moeten voeren, want wie het kwadrant niet kan benoemen, weet ook niet wat de offerte moet bewijzen. In een DealScan leggen we het kwadrant daarom per offerte vast, nog voordat we kijken waar een deal strandde.
Waar u naartoe rijdt
Terug naar die tafel en dat rode cijfer. Achtendertig procent was geen slecht nieuws. Het was het eerste jaar waarin het bedrijf deed wat in het jaarplan stond.
Alleen stond er op pagina zeven één woord boven: Groei. En groei is een stand op de meter, geen reden om te rijden. Had er gestaan wat het bedrijf de woningcorporaties en hun huurders wilde brengen, dan had niemand gevraagd wat er misging. Dan had iemand gevraagd hoe het met die tien offertes in kwadrant vier stond.
Hoeveel meters heeft uw dashboard? En weet iedereen aan tafel waarom u die kant op rijdt?
Want vier meters vertellen u hoe hard u gaat, niet waar u naartoe wilt. Dat staat op geen enkele meter. Dat staat in uw offerte, of nergens.








